Uit de oude archiefdoos



Het jachtvliegtuig De Schelde S-21

Dit is het verhaal van een bijzonder vliegtuig in 1939, de Schelde S-21. Bijna alle facetten ervan brengen een reactie te weeg van bevreemding en ongeloof.

Allereerst is het een product van een scheepswerf, een wereld van duimdik staalplaat en zware, massieve constructies. Een groot contrast met de lichte en dunne constructies, zo kenmerkend voor vliegtuigen.

Ook de beschreven operationele inzet roept vraagtekens op. Vooral de praktische uitvoerbaarheid. Zo wordt de piloot bijvoorbeeld geacht zijn stuurknuppel los te laten en met een beweegbaar, schuin neerwaarts gericht kanon de vijand te bestoken.

Of de S-21 aan alle gestelde eisen zou voldoen? We weten het niet. Want toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen stond er een motorloos, half afgebouwd toestel in de fabriek en viel het doek over een veelbelovend project.

De informatie in dit artikel is ontleend aan de "Strikt Vertrouwelijke" fabrieksbeschrijving van de S-21 uit maart 1940, aangetroffen in het archief van het Nationaal Luchtvaar-Themapark Aviodrome in Lelystad.
Gepubliceerd in :
1. het tijdschrift  “Verenigde Vleugels” ,9e jaargang nr. 3 – mei 2007.
Een uitgave van het Nationaal Luchtvaart-Themapark Aviodrome, Lelystad.
2. periodiek van de Nederlandse Vereniging voor Militaire Historie "Mars et Historia: Jaargang 44 / 2010 / Nr.3.

www.verenigdevleugels.nl

www.aviodrome.nl

SCHEEPSWERF  BOUWT  VLIEGTUIG

Het begin

De scheepswerf  "Koninklijke Maatschappij de Schelde" in Vlissingen startte in 1935 met vliegtuigbouw door de overname van de boedel van de failliete "Nederlandsche Fabriek van Vliegtuigen H. Pander & Zonen", inclusief constructeur Theo Slot en zijn team.
Door de economische crisis in de jaren 30 van de vorige eeuw zag De Schelde zich genoodzaakt zijn activiteiten uit te breiden, waarbij men de vliegtuigbouw als een activiteit met toekomstperspectief beschouwde.

Men begon met het ontwerpen en bouwen van lichte sportvliegtuigen, zoals de Scheldemusch en de Scheldemeeuw, éénpersoons, éénmotorige toestellen met duwschroef en de S-20, een vierpersoons lesvliegtuig/luchttaxi met dubbele staartbomen en duwschroef.

Eind 1938 presenteerde De Schelde tenslotte het ontwerp van een jachtvliegtuig aan de Inspecteur van de Militaire Luchtvaart met een voor die tijd zeer vooruitstrevende constructie. Het ontwerp werd positief ontvangen en van militaire zijde werden nog enkele aanvullende eisen en wensen geformuleerd wat betreft inrichting en bewapening. De Schelde achtte dit uitvoerbaar en bood aan om voor eigen rekening en risico een prototype te bouwen.
Zo ontstond De Schelde S-21, een typisch Theo Slot-ontwerp. Het was een geheel metalen éénpersoons middendekker, met één achterliggende motor met duwschroef, dubbele staartbomen en een intrekbaar landingsgestel met bestuurbaar neuswiel en een forse bewapening.

In de fabrieksbeschrijving wordt met nadruk vermeld dat het toestel eenvoudig en veilig te vliegen en te landen is voor de gemiddelde jachtvlieger.

In openbare bronnen uit die tijd is weinig te vinden over het vliegtuig. De Telegraaf van 17 maart 1940 maakt er melding van onder de kop "Gedurfde creatie op nieuwe wegen". Maar door de militaire geheimhouding kan de krant echter weinig concrete details geven, anders dan dat het een revolutionair toestel is


Een S21 boven het Fort bij Markenbinnen in Noord-Holland

De Schelde S21, een bijzonder vliegtuig

De S-21 zou in hedendaagse termen een multi-role gevechtsvliegtuig genoemd worden. Hij was zowel luchtverdedigingsjager als jachtbommenwerper tegen gronddoelen.

De S-21 kon gedurende drie tot vier uur patrouilleren op een hoogte van 4000 meter met een kruissnelheid van 350 km per uur. De vlieger kon de automatische piloot inschakelen om zich volledig te concentreren op zijn bewakingstaak.

Het aanvallen van een vijandelijk eskader bommenwerpers volgde na radio-telefonische melding of eigen waarneming met een Solothurn-kanon in de neus. Dit 20 mm kanon stond onder een hoek van 25 graden naar beneden gericht zodat de vlieger niet behoefde te duiken, maar op constante hoogte boven het doel kon blijven vliegen.

Voor het aanvallen van begeleidende vijandelijke jachtvliegtuigen beschikte de vlieger over vier vaste FN-mitrailleurs en kon hij bovendien het Solothurn-kanon in horizontale positie zetten.

Bij aanvallen in de rug verdedigde de vlieger zich door licht te duiken en te stijgen en zo met een achterwaarts gerichte FN-mitrailleur een verticaal liggend waaiervuur af te geven. Deze mitrailleur schoot door de holle motor/schroefas.

Met het naar beneden gerichte kanon konden ook loopgraven en andere gronddoelen onder vuur genomen worden. Bovendien was de S-21 voorzien van twee bommen of ladingen stalen pijlen. Deze laatste voorziening duidt nog op 1e Wereld Oorlog-tactieken.

Een korte "walk-around" om de S-21

[A] De cockpit met aan de bovenzijde geel glas waardoor het interieur contrastrijker is en ultra-violette straling wordt tegengehouden. De piloot zit in een iets achterover hellende stoel met een rugparachute. Hij heeft zicht op een verend opgehangen paneel met vlieginstrumenten, waarvan de snelheids- en hoogtemeter extra groot zijn. Aan weerskanten twee FN-mitrailleurs met de patroonbakken achter de stoel en in de neus een 20 mm Solothurn-kanon.

[B] De onderkant van de romp wordt gevormd door drie doosliggers. De middelste is de centrale rompligger waaraan de vleugel is bevestigd. Aan weerskanten een luchtkanaal met waterkoeler van de motor.

[C] Het motorcompartiment is van de cockpit gescheiden door een brandwerend schot. De motor is een Daimler Benz Type 601Aa, watergekoeld, 12 cilinders in omgekeerde V-vorm, met drukvulling. De motor hangt met trillingdempers aan de (groene) frame-plaat en drijft met een verlengde as een driebladige, verstelbare VDM-propeller aan. De propeller is met een kogellager verbonden met de romp, waardoor de schroefdruk rechtstreeks op de romp wordt overgebracht. Boven de as is de radio ondergebracht met een antenne van ca. 4 meter lengte.

[D] De geknikte W-vormige vleugel bestaat uit twee doosliggers, vakwerkribben en langsprofielen bekleed met een gladgeklonken duraluminium huid. Aan weerskanten bevindt zich in de vleugelvoorrand tussen romp en staartboom een brandstoftank voor 360 kg benzine. In de staartdrager is tussen de twee doosliggers ruimte voor een 50 kg bom. De buitenvleugels zijn voorzien van geprofileerde spleten, waardoor bij lage snelheden nog voldoende draagkracht resteert. Een voor 1939 bijzondere voorziening.

[E] De staart met dubbele dragers bestaat geheel uit metalen liggers en ribben, bekleed met een verzonken geklonken huid van duraluminium plaat.

In nevelen gehuld!

Wat er na mei 1940 gebeurd is met het half afgebouwde prototype is niet duidelijk.

Het toestel wordt nog vermeld als "Beuteflugzeug" in een bericht van de "Wehrmachtsbefehlhaber in den Niederlanden" aan de "Reichsminister der Luftfahrt" in Berlijn, gedateerd 15 december 1941. Hierin is sprake van een mogelijke destructieve beproeving in het "Zerlegebetrieb" in Utrecht.

Ook bestaat een vermelding dat de S-21 tot 1942 (of mei 1943) tegen het plafond van een fabriekshal van De Schelde-werf heeft gehangen en daarna door de Duitsers is afgevoerd.

In het blad "Vliegwereld" van juli 1951 wordt voor het eerst na de oorlog meer onthuld over dit bijzondere vliegtuigontwerp. Deze details zijn verwerkt in de opengewerkte illustratie in dit artikel.


TECHNISCHE GEGEVENS

Afmetingen

Spanwijdte 9,00 m

Lengte 8,50 m

Hoogte 3,50 m

Wielbasis 2,45 m

Gewichten

Toestel leeg 2050 kg

Bewapening 210 kg

Piloot + parachute 100 kg

Benzine 360 kg

Olie 30 kg

Toestel vol 2750 kg

Motor

Daimler-Benz type 601Aa

Startvermogen 1260 pk (2500 tpm)

Prestaties

Max. snelheid 570 km/u
op 5000 m hoogte

Vliegbereik max. 1400 km
op 4000 m hoogte bij 300 km/u

Praktisch plafond 9500 m

TIP Tempelman Illustratieve Produkties - ’t Swafert 3002, 7552 ZG Henge - Nederland - Tel: 074 - 242 77 99 - E-mail: info@lextempelman.nl